Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Belastingdienst kort partnervrijstelling van €828.035 bij nabestaandenpensioen, maar laat in 2026 minimaal €213.915 staan

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Krijg je door het overlijden van je partner een uitkering uit een nabestaandenpensioen of een lijfrente, dan hoef je over die uitkering zelf geen erfbelasting te betalen. Dat geldt ook wanneer een lijfrente- of pensioenuitkering die je al ontving omhoog is gegaan door het overlijden van je partner. Toch kan zo'n uitkering ervoor zorgen dat je over de rest van de nalatenschap meer erfbelasting betaalt.
De Belastingdienst vermindert je partnervrijstelling namelijk met de helft van de waarde van je toekomstige aanspraken op de uitkering. Die verrekenslag heet pensioenimputatie. Voor een echtgenoot, geregistreerde partner of samenwonende partner bedraagt de reguliere partnervrijstelling €828.035 in 2026. Door het nabestaandenpensioen of de lijfrente gaat dat vrijgestelde bedrag omlaag, al houd je in 2026 altijd recht op een minimale vrijstelling van €213.915, hoe hoog je nabestaandenpensioen ook is.
Blijft de waarde van wat je uit de erfenis verkrijgt onder je resterende vrijstelling, dan betaal je geen erfbelasting. Pas voor zover je erfenis boven die verlaagde vrijstelling uitkomt, rekent de fiscus af volgens de tarieven voor de erfbelasting in 2026: voor een partner is dat 10 procent over het belaste deel tot €158.669 en 20 procent over het deel vanaf €158.669.

Hoe de leeftijd op het moment van overlijden de korting bepaalt

Om de waarde van je toekomstige aanspraken te berekenen, kijkt de Belastingdienst naar twee gegevens: het jaarlijkse bedrag van je uitkeringen en een vermenigvuldigingsfactor uit de leeftijdstabel. Die factor hangt af van je leeftijd op het moment dat je partner overleed. Hoe ouder je op de sterfdag van je partner bent, hoe lager de factor uitvalt.
Voor wie op het moment van overlijden jonger is dan 20 jaar geldt factor 16; tussen 20 en 30 jaar is dat factor 15; tussen 30 en 40 jaar factor 14; tussen 40 en 50 jaar factor 13; tussen 50 en 55 jaar factor 12; en tussen 55 en 60 jaar factor 11. Ben je op het moment dat je partner overlijdt tussen 60 en 65 jaar, dan rekent de Belastingdienst met factor 10. Tussen 65 en 70 jaar geldt factor 8, tussen 70 en 75 jaar factor 7, tussen 75 en 80 jaar factor 5, tussen 80 en 85 jaar factor 4, tussen 85 en 90 jaar factor 3 en vanaf 90 jaar of ouder factor 2. Deze tabel geldt voor een uitkering die levenslang doorloopt; stopt je uitkering na een vaste periode, dan wordt de waarde op een andere manier berekend.
Na de vermenigvuldiging met de leeftijdsfactor gaat er eerst nog 30 procent af. De Belastingdienst houdt daarmee rekening met de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen die in de toekomst nog op de periodieke uitkeringen worden ingehouden. Deze aftrek van latente inkomstenbelasting betekent dat 30 procent van de berekende waarde buiten beschouwing blijft. Van de overige 70 procent wordt vervolgens de helft in mindering gebracht op je partnervrijstelling van €828.035.

Rekenvoorbeeld bij €12.000 pensioen op 64-, 68- en 76-jarige leeftijd

In het rekenvoorbeeld van de Belastingdienst overlijdt je partner in 2026 en krijg je daardoor een pensioenuitkering van €12.000 per jaar. Ben je op het moment van overlijden 64 jaar, dan val je in de categorie tussen 60 en 65 jaar en vermenigvuldigt de Belastingdienst de jaarlijkse uitkering met factor 10 tot €120.000. De latente inkomstenbelasting van 30 procent bedraagt €36.000, zodat de waarde van je toekomstige aanspraken op €84.000 uitkomt (€120.000 min €36.000). De helft daarvan, dus €42.000, gaat als imputatie van je partnervrijstelling af. In dit voorbeeld, waarin je zelf 64 jaar bent en €12.000 pensioen per jaar krijgt, blijft van de vrijstelling van €828.035 in 2026 een bedrag van €786.035 over, en betaal je alleen erfbelasting voor zover je erfenis hoger is dan €786.035.
Pas je exact dezelfde berekening uit de tabel toe bij een hogere leeftijd op het moment van overlijden, dan valt de vermindering van de vrijstelling lager uit. Stel dat je bij hetzelfde nabestaandenpensioen van €12.000 per jaar op het moment van overlijden 68 jaar bent (tussen 65 en 70 jaar, factor 8). De bruto vermenigvuldiging is dan €96.000 (€12.000 keer 8). Na aftrek van 30 procent latente inkomstenbelasting (€28.800) resteert een waarde van €67.200, waarvan de helft (€33.600) van de vrijstelling afgaat. Je houdt in dat geval €794.435 aan partnervrijstelling over.
Ben je op het moment van overlijden 76 jaar (tussen 75 en 80 jaar, factor 5) en ontvang je €12.000 per jaar aan nabestaandenpensioen, dan komt de vermenigvuldiging uit op €60.000. Na aftrek van 30 procent latente inkomstenbelasting (€18.000) blijft €42.000 over en bedraagt de imputatie de helft daarvan: €21.000. Van de partnervrijstelling van €828.035 blijft in dat voorbeeld €807.035 staan.

Welke uitkeringen wel meetellen en wat er geldt voor AOW en Anw

De vermindering van de partnervrijstelling geldt niet voor elke uitkering die na een overlijden doorloopt of ingaat. De regeling is van toepassing als je door het overlijden van je partner een lijfrente krijgt waarvan de stortingen en premies aftrekbaar waren voor de inkomstenbelasting, een uitkering ontvangt uit een pensioen, netto pensioen of netto lijfrente, of periodieke uitkeringen krijgt uit een goudenhanddrukstamrecht.
Je uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en een eventuele nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) hebben daarentegen geen enkele invloed op je partnervrijstelling voor de erfbelasting. Die uitkeringen hoef je ook niet aan te geven in de aangifte erfbelasting, zodat een AOW- of Anw-uitkering het belastingvrije bedrag van €828.035 ongemoeid laat.
Twijfel je of een uitkering na het overlijden van je partner onder een van deze regelingen valt, neem dan voor meer informatie contact op met je (pensioen)verzekeraar. Zo weet je bij het invullen van de aangifte erfbelasting welk jaarbedrag meetelt voor de vermindering en welk deel van de partnervrijstelling van €828.035 in 2026 overblijft voor de rest van de erfenis.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading