Een onterfde dochter krijgt €316.295,30 toegewezen nadat haar moeder haar woning jaren eerder aan haar zoon had verkocht. Volgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zat in de combinatie van de verkoop en financiële afspraken een gift verborgen. Die gift telt mee bij de berekening van de legitieme portie van de dochter. De uitkomst betekent niet dat iedere verkoop binnen een gezin achteraf een schenking wordt. In deze zaak waren juist de lage koopsom, de renteloze lening zonder aflossingsplicht en een ondeugdelijke verrekening samen beslissend. De dochter krijgt een geldvordering op haar broer; zij wordt daarmee geen mede-eigenaar van het huis.
De woning ging al in 1995 naar de zoon
De moeder droeg haar woning op 17 juli 1995 over aan haar zoon. De afgesproken koopsom bedroeg 479.500 gulden, omgerekend €217.587,61. Zij behield het recht om de woning te gebruiken en er te
wonen.
Voor de koopsom sloten moeder en zoon een lening af. De zoon hoefde geen rente te betalen en was ook niet verplicht tussentijds af te lossen. De schuld was wel opeisbaar.
Later stelde de zoon dat zijn schuld door verrekeningen was verminderd. Hij zou bedragen voor zijn moeder hebben betaald. Daarvoor ontbrak volgens de rechters een deugdelijke administratie. Overzichten waren onvoldoende controleerbaar en er waren posten opgevoerd die niet voor rekening van moeder kwamen.
In haar testament benoemde de moeder haar zoon tot enige erfgenaam. Na haar overlijden in 2009 maakte de dochter aanspraak op haar legitieme portie.
Ook een reeks afspraken kan een gift vormen
Bij de beoordeling keek het hof naar de samenhang tussen de afspraken. Op papier stond er een verkoop, gevolgd door een lening. Maar daarmee was nog niet beantwoord of de zoon daadwerkelijk een tegenprestatie voor het huis had geleverd.
Eerder in de procedure had een ander hof de woning buiten de berekening gehouden. De Hoge Raad oordeelde vervolgens dat de vermeende verrekeningen niet buiten beschouwing mochten blijven bij de vraag of sprake was van een gift.
Na die verwijzing beoordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de constructie opnieuw. Het concludeerde dat de moeder haar zoon door het geheel van de handelingen had bevoordeeld. De woning moest daarom als gift worden meegenomen.
Dat oordeel is uitgewerkt in het
arrest van 25 augustus 2026, dat op 1 september is gepubliceerd. Het gaat dus om de uitkomst van een langdurig familiegeschil, niet om een nieuwe algemene schenkingsregel.
Waarom de waarde uit 2005 telt
De waarde van een huis kan sterk veranderen tussen overdracht en overlijden. In dit dossier was bovendien van belang dat de moeder bij de verkoop haar recht van gebruik en bewoning had behouden.
Op 26 oktober 2005 deed zij afstand van dat recht. Voor de berekening van de gift sloot het hof aan bij de waarde van de woning op die datum: €1.220.000.
De zoon vond de uitkomst onredelijk, onder meer vanwege werkzaamheden en investeringen aan de woning. Het hof zag daarin onvoldoende reden om de wettelijke berekening in deze omstandigheden buiten toepassing te laten.
De waarde van €1,22 miljoen is dus geen bedrag dat de dochter krijgt. Het is het bedrag waarvoor de gift in de berekening wordt betrokken.
Zo komt de dochter op €316.295
Met de gift en de andere relevante bezittingen en schulden kwam de berekeningsgrondslag uit op €1.265.181,20. De legitieme portie van de dochter bedroeg in deze familieverhoudingen een kwart daarvan: €316.295,30.
Het hof veroordeelde de zoon tot betaling van dat bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 oktober 2010. Het bedrag aan opgebouwde rente staat niet als totaal in het arrest vermeld.
Een kwart is hier de uitkomst voor deze dochter. Dat percentage kan niet zonder meer worden overgenomen voor iedere onterfde zoon of dochter. De familieverhoudingen en de omvang van de relevante nalatenschap en giften bepalen de berekening.
Oude familieafspraken blijven van belang
Voor gezinnen die een woning aan een kind overdragen, maakt deze zaak duidelijk hoe belangrijk de uitvoering van financiële afspraken is. Een koopprijs in een akte vertelt nog niet of die prijs ook is betaald of rechtsgeldig met andere schulden is verrekend.
Bewaar daarom bij zo’n overdracht niet alleen de leveringsakte, maar ook de leningsovereenkomst, betalingsbewijzen, onderbouwde verrekeningen en eventuele afspraken over blijven wonen. Die stukken kunnen tientallen jaren later nodig zijn.
Ook het moment waarop een gift moet worden uitgevoerd, kan bepalend zijn. Bij een
beloofde schenking die pas na overlijden zou worden betaald liep een zoon zijn afzonderlijke aanspraak mis doordat de vereiste notariële akte ontbrak.
In het geschil over deze woning was er juist wél een overdrachtsakte. De doorslag lag bij wat moeder en zoon daarnaast hadden afgesproken en uitgevoerd. Daardoor bleef het huis, ondanks de verkoop lang vóór het overlijden, van grote betekenis voor de geldvordering van de onterfde dochter.