Man van rond de vijftig loopt met een bos bloemen over een pad met herfstbladeren op een begraafplaats
Gemaakt met ChatGPT

Uitvaartpolis van €3.403 verdeeld over twee uitvaartverzorgers: zoon moet alsnog €1.348,70 betalen

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wordt de uitkering van een uitvaartverzekering over twee uitvaartverzorgers verdeeld, dan kan een kostenopgave die eerst "alles gedekt" liet zien, uitdraaien op een rekening voor de nabestaanden. Een zoon die na het overlijden van zijn moeder in 2023 een voorlopige kostenopgave tekende met een saldo van min €1.026,30, de verzekering zou dus meer uitkeren dan de uitvaart kostte, moet van de kantonrechter in Limburg alsnog €1.348,70 betalen aan de uitvaartverzorger, plus €244,79 incassokosten en €1.201,77 proceskosten. Het vonnis van 16 september 2026 is deze week gepubliceerd.
Eén post van €265 ging er wel af: de uitvaartverzorger had die als pro-memoriepost moeten opnemen en deed dat niet. Voor wie een uitvaart regelt met een polis van een overledene, laat de zaak zien waar je op moet letten als meer dan één bedrijf een deel van de uitvaart doet.

Hoe min €1.026 een rekening van €1.613 werd

De kostenopgave die de zoon tekende, telde op tot €2.376,70: €875 voor het regelen van de uitvaart en het vervoer, €15,70 voor de akte van overlijden, €875 voor een massief eikenhouten kist, €70 voor het inkisten, €181 mortuariumkosten en €360 voor de opbaring in het afscheidshuis. Daar stond een verwachte uitkering van de uitvaartverzekering van €3.403 tegenover, het maximum van de polis bij Lifetri.
De teraardebestelling vond echter plaats in een andere plaats en werd door een tweede uitvaartverzorger geregeld. Op verzoek van de nabestaanden verdeelde de verzekeraar de uitkering over beide bedrijven. De eerste uitvaartverzorger ontving zo €1.088 in plaats van €3.403. De eindfactuur van 25 april 2023 kwam daardoor uit op €1.613,70, waarin ook €265 voor het overbrengen naar de opbaring stond en €241 in plaats van €181 voor het mortuarium.

Dwaling afgewezen, voorwaarden deels toegepast

De zoon stelde dat hij was afgegaan op de kostenopgave en dus had gedwaald. De kantonrechter wees dat af: het stuk was uitdrukkelijk een voorlopige kostenopgave en geen offerte, en hij had het zelf ondertekend. Dat hij volgens eigen zeggen namens zijn vader handelde, hielp hem niet; hij stond als opdrachtgever op het stuk.
Wel hield de rechter de uitvaartverzorger aan haar eigen algemene voorwaarden. Die bepalen dat voor zaken of diensten waarvan de prijs bij het sluiten van de overeenkomst nog niet bekend is, een pro-memoriepost wordt opgenomen, waarna de prijs zo snel mogelijk wordt doorgegeven. De uitvaartverzorger wist van de wens om de moeder elders te begraven en had de vervoerskosten dus als pro-memoriepost moeten vermelden. De €265 werd daarom afgewezen. De €60 extra mortuariumkosten bleven staan: de nabestaanden hadden buiten de uitvaartverzorger om opdracht gegeven een pacemaker te laten verwijderen en hadden die medische informatie volgens de voorwaarden moeten melden.

De rente van 12 procent ging eraf

De uitvaartverzorger vorderde ook contractuele rente van 12 procent per jaar. Dat beding vernietigde de kantonrechter als oneerlijk voor een consument: "Door die hoge bedongen rente wordt het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoord." Rente kreeg het bedrijf dus niet, de hoofdsom en de incassokosten wel.
De proceskosten van €1.201,77 bestaan uit €153,77 dagvaardingskosten, €397 griffierecht, €542,50 salaris voor de gemachtigde en €108,50 nakosten. Alles bij elkaar betaalt de zoon €2.795,26, ruim het dubbele van de hoofdsom. Had hij de €1.348,70 vóór de procedure betaald en alleen de €265 betwist, dan was het daarbij gebleven.

Zo houd je de uitvaartnota in de hand

Vraag bij het regelen van een uitvaart meteen aan de verzekeraar wat de polis precies dekt: een vast bedrag, zoals hier €3.403, of een pakket aan diensten. Betrek je een tweede bedrijf, bijvoorbeeld voor een begrafenis in een andere plaats, vraag dan vooraf schriftelijk hoe de uitkering wordt verdeeld en wat er dan bij de eerste uitvaartverzorger openblijft.
Lees de kostenopgave als een eerste schatting, niet als een vaste prijs, en vraag bij elke post of het bedrag definitief is. Staat er een dienst niet op waarvan je weet dat die nodig wordt, zoals vervoer naar een andere plaats, vraag dan om een pro-memoriepost of een prijs. En let op wie tekent: de ondertekenaar is de opdrachtgever en krijgt de rekening, ook als het geld uit de nalatenschap of de polis van de overledene moet komen.
Komt het tot een geschil over de rekening, dan hoef je niet meteen naar de kantonrechter. Is de uitvaartverzorger aangesloten bij een brancheorganisatie als BGNU of Nardus, dan kun je je klacht gratis voorleggen aan de Ombudsman Uitvaartwezen, die een voor beide partijen bindende uitspraak doet. Let op: volgens de ombudsman is ongeveer driekwart van de zelfstandige uitvaartondernemers niet aangesloten.
Regel je binnenkort een uitvaart, leg dan de kostenopgave naast de polisvoorwaarden en zet bij elke post of de prijs definitief is en wie betaalt. Komt er een tweede uitvaartverzorger bij, laat de verdeling van de uitkering dan per e-mail bevestigen voordat de uitvaart plaatsvindt.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading