Vijftig acties. Zo presenteerde woonminister Elanor Boekholt-O'Sullivan (D66) zondag haar plan tegen de woningnood. Het motto: "meer, sneller, beter". Klinkt daadkrachtig. Tot je de lijst leest. Want wat staat er eigenlijk in?
Oude wijn in nieuwe zakken
Volgens
Hart van Nederland waren veel van die maatregelen al eerder aangekondigd. Sommige punten worden dubbel geteld. Andere zijn niet meer dan een onderzoek. En weer andere blijven steken in abstracte voornemens over "samenwerking in de keten".
Regels vereenvoudigen. Grote bouwlocaties aanwijzen. Gemeenten en corporaties beter laten samenwerken. Het Rijk dat "ingrijpt waar nodig". Wie de afgelopen tien jaar de woningplannen van opeenvolgende kabinetten heeft gevolgd, herkent elk punt. Het zijn dezelfde beloften, opnieuw genummerd.
De minister zelf zei het zo:
"Alle partijen in de keten zijn nu aan zet." Vertaling: iedereen behalve de minister.
Het woord dat ontbreekt
Maar het echte probleem zit niet in wat er wél op de lijst staat. Het zit in wat er ontbreekt.
Het CBS rekende het begin dit jaar voor. In 2025 groeide de Nederlandse bevolking met
87.200 mensen. Die groei kwam, zoals in de drie jaar daarvoor,
volledig door migratie. Er stierven zelfs meer mensen dan er werden geboren. Zonder migratie was Nederland vorig jaar gekrompen.
Er kwamen 306.500 immigranten binnen. Stuk voor stuk mensen die ergens moeten wonen.
En hoe belangrijk die bevolkingsgroei is voor de woningmarkt, bleek deze zomer. Volgens ABF Research
daalt het woningtekort iets, en de belangrijkste reden is dat de bevolkingsgroei lager uitvalt dan verwacht. Met andere woorden: minder groei betekent minder tekort. Dat is geen rechts stokpaardje. Dat is gewoon rekenen.
Toch staat in vijftig acties geen enkele actie om de vraag te beperken. Alleen maar bouwen, bouwen, bouwen, terwijl de kraan openstaat.
Wie staat er vooraan in de rij?
En ondertussen weet elke woningzoekende hoe het in de praktijk gaat. Gemeenten krijgen elk halfjaar een taakstelling voor het huisvesten van
statushouders. Provincies dreigen gemeenten die achterlopen inmiddels
openlijk met ingrijpen. In de eerste helft van dit jaar haalden
246 van de 342 gemeenten hun taakstelling niet. Niet omdat ze onwillig zijn, maar omdat de woningen er simpelweg niet zijn. Toch wordt de druk alleen maar verder opgevoerd. Die woningen komen niet uit de lucht vallen. Ze gaan af van dezelfde krappe voorraad waar jonge gezinnen, gescheiden vaders en ouderen al jaren voor in de rij staan.
"Maar statushouders hebben toch ook recht op een huis?" Natuurlijk hebben mensen met een verblijfsvergunning een dak nodig. Dat is het punt niet. Het punt is dat je een tekort niet oplost door alleen aan de aanbodkant te sleutelen, terwijl je aan de vraagkant elk jaar tienduizenden mensen toevoegt. Dan blijf je achter de feiten aanlopen. Jaar na jaar. Kabinet na kabinet.
Planeconomie zonder plan
Dit is het
D66-recept dat we inmiddels kennen: het Rijk dat meer "regie" wil, meer coördinatie, meer taskforces.
Eerder schreven we al hoe het kabinet bouwlocaties aanwijst, maar de stikstofregels en de bureaucratie laat staan die bouwers juist tegenhouden. Tegelijk jaagt Den Haag met
nieuwe huurregels de verhuurders weg die woningen op de markt moeten brengen.
Het resultaat: veel persberichten, weinig huizen. En een minister die bij elke tegenvaller naar gemeenten, corporaties en projectontwikkelaars wijst.
Wat wel moet
Wie de woningnood echt wil aanpakken, doet twee dingen tegelijk. Bouwen: schrap de stikstofregels die projecten blokkeren, versnel vergunningen en laat verhuurders met rust. En de vraag beperken: een harde rem op immigratie, en een einde aan de voorrang voor statushouders op de sociale huurmarkt. Woningen horen eerst terecht te komen bij de mensen die hier al jaren op een wachtlijst staan en die dit land met hun belastinggeld draaiende houden.
Zolang de minister dat tweede deel niet eens durft te benoemen, is dit geen plan. Het is een verlanglijstje met vijftig nummers.