Na twee jaar
ziekte stopt meestal de loondoorbetaling door de werkgever. Maar zolang het dienstverband nog bestaat, zouden betaalde vakantiedagen volgens een nieuw advies aan de
Hoge Raad moeten blijven aangroeien. Dat kan verschil maken bij de eindafrekening wanneer een langdurig zieke werknemer uiteindelijk uit dienst gaat.
Advocaat-generaal R.H. de Bock heeft dat standpunt op 9 oktober ingenomen. Het gaat om een advies: de Hoge Raad moet de voorgelegde vraag nog beantwoorden. Er is dus nog geen algemene nabetaling vastgesteld en
werknemers kunnen aan dit advies alleen geen gegarandeerd bedrag ontlenen.
Wel in dienst, geen loon meer
Het geschil draait om een slapend dienstverband. De arbeidsovereenkomst loopt dan door, terwijl de werkgever na de periode van loondoorbetaling wegens ziekte geen loon meer betaalt en de werknemer niet werkt.
De Nederlandse wet koppelt de opbouw van vakantiedagen aan het recht op loon. De Bock vindt die voorwaarde voor deze arbeidsongeschikte werknemers in strijd met het Europese recht op betaalde vakantie. In haar
conclusie voor de Hoge Raad adviseert zij daarom dat ook gedurende deze periode vakantiedagen met een loonwaarde worden opgebouwd.
Een WIA-uitkering en de arbeidsovereenkomst zijn daarbij verschillende zaken. Dat iemand een uitkering ontvangt, vertelt op zichzelf nog niet op welke datum diens contract is geëindigd. Voor een berekening moet die einddatum afzonderlijk worden vastgesteld.
Eerdere rechters kwamen tot verschillende uitkomsten
Over vakantieopbouw in deze situatie bestaat discussie. De beantwoording door de Hoge Raad moet daar meer duidelijkheid in brengen.
Arbeidsrechtadvocaten van Osborne Clarke wijzen erop dat zo’n slapende periode bijvoorbeeld kan ontstaan doordat een ontslagvergunning of overeenstemming over het vertrek op zich laat wachten.
Een
eerder besproken zaak over de uitbetaling van verlof bij vertrek laat het verschil zien. Die werknemer kreeg wel eerder opgebouwde vakantiedagen en atv-dagen uitbetaald, maar de rechter rekende geen nieuwe vakantieopbouw mee over de latere periode zonder recht op loon.
Het advies van De Bock gaat juist over dat laatste punt. Wie alleen naar een oud verlofsaldo kijkt, kan daardoor een andere vraag missen: hadden er tijdens het voortduren van het contract nog uren bij moeten komen?
Vier weken vakantie kan een aanzienlijk bedrag vertegenwoordigen
Het wettelijke minimum aan vakantie bedraagt normaal vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week. De
FNV licht het verschil tussen wettelijke en extra vakantiedagen toe. Bij een arbeidsduur van 40 uur per week komt het minimum uit op 160 vakantie-uren per volledig jaar.
Een eigen, vereenvoudigd rekenvoorbeeld maakt de mogelijke waarde zichtbaar. Bij 160 uren en een veronderstelde bruto loonwaarde van €20 per uur gaat het om €3.200. Beslaat de betwiste periode slechts een kwart jaar, dan zou dezelfde berekening uitkomen op 40 uur en €800 bruto.
Dat zijn illustraties, geen bedragen die in deze procedure aan iedereen zijn toegekend. De werkelijke uitkomst hangt onder meer af van de contractduur, arbeidsomvang, loonbestanddelen en het aantal relevante uren. Ook opgenomen of rechtsgeldig vervallen dagen tellen mee bij het uiteindelijke saldo.
Extra vakantiedagen uit een cao en atv-uren moet je apart bekijken. De Europese bescherming van de wettelijke vakantie betekent niet dat iedere aanvullende verlofregeling automatisch op dezelfde manier doorloopt.
Uitbetalen speelt vooral bij het einde van het contract
Wettelijke vakantiedagen kun je tijdens het dienstverband in beginsel niet laten afkopen. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst moeten nog openstaande vakantie-uren wel worden afgerekend. De
Rijksoverheid beschrijft deze regels voor opnemen en uitbetalen.
Daarom verdienen drie data aandacht: wanneer de loondoorbetaling stopte, tot welke datum vakantie is opgebouwd volgens de werkgever en wanneer het dienstverband daadwerkelijk eindigde. Vraag om een specificatie als die momenten in de eindafrekening door elkaar lopen.
Ligt er een vaststellingsovereenkomst klaar, laat dan ook het verlofsaldo en een eventuele bepaling over finale kwijting beoordelen voordat je tekent. Maak duidelijk welke uren al vaststaan en over welke periode nog discussie bestaat. Zo kan een vakbond, rechtsbijstandsverlener of arbeidsrechtjurist gericht bekijken wat het nieuwe advies voor jouw afrekening kan betekenen, zonder een nog te nemen beslissing van de Hoge Raad alvast als zekerheid te behandelen.
Ook zulke ontwikkelingen rond werk en inkomen volgen? Like en volg
De Dagelijkse Standaard op Facebook.